Deze pagina is nog in aanbouw. Jouw feedback is van harte welkom!
Mail naar privacy.gw@uu.nl of naar privacy.rebo@uu.nl.
Hieronder vind je de antwoorden op een aantal AVG-vragen die vaak naar voren komen bij het verrichten van wetenschappelijk onderzoek.
Meer algemene informatie vind je in het Data Privacy Handbook en op de privacypagina’s op het intranet. Kun je het antwoord op jouw vraag niet vinden? Stuur dan een mail naar privacy.gw@uu.nl of privacy.rebo@uu.nl.
Persoonsgegevens en anonieme gegevens
Wanneer zijn gegevens echt anoniem?
De vraag of gegevens anoniem zijn, is zeer relevant omdat de AVG niet van toepassing is op anonieme gegevens. Met anonieme gegevens kun je dus veel vrijer omgaan dan met persoonsgegevens.
Hieronder vind je eerst het korte antwoord op de vraag wanneer gegevens anoniem zijn, inclusief voorbeelden van gegevens die dat niet zijn. Het lange antwoord is genuanceerder, maar ook veel ingewikkelder.
Anonimiteit
Gegevens zijn anoniem als het niet mogelijk is om vast te stellen op wie die gegevens betrekking hebben.
Voorbeelden van gegevens die niet anoniem zijn:
- Namen en andere direct identificerende gegevens
- Gegevens die zijn gekoppeld aan een naam of aan een ander direct identificerend gegeven (bijv. adres, telefoonnummer, relatienummer etc. Bijvoorbeeld: “Dorpsstraat 21 in Heusden” is geen persoonsgegeven, maar “de bewoner van Dorpsstraat 21 in Heusden” wél)
- Gegevens die zodanig beschrijvend zijn dat ze herkenning van een persoon kunnen opleveren (bijv. gegevens over een bepaalde unieke situatie, gedetailleerde beschrijving van iemands uiterlijk, in bepaalde gevallen: letterlijke tekst van een interview)
- Gegevens die door hun combinatie herkenning van een persoon kunnen opleveren (bijv. een kale bloemist van 61 jaar uit Houten)
- Beeld- en/of geluidsopnamen (bijv. geluidsopname van een focusgroep of interview), tenzij verregaand geblurd (beeld) en/of vervormd (geluid)
- Cookies die een bepaalde computer uniek identificeren (ook: gevallen van fingerprinting, d.w.z. het verzamelen van zó veel informatie over een bepaalde computer dat dit een unieke combinatie van eigenschappen oplevert)
- IP-adressen, althans voor zover je de mogelijkheid hebt om na te gaan wie dat IP-adres gebruikt of voor zover je dat adres anders behandelt dan andere IP-adressen
Hoe zit het precies?
Gegevens mogen als anoniem worden beschouwd als het risico op identificatie verwaarloosbaar is. Dit heeft alles te maken met de aard en de omvang van de dataset waar het over gaat, alsmede met de context waarin de dataset wordt gebruikt.
- Aard: Bij een dataset met gegevens die zeer gevoelig van aard zijn (bijvoorbeeld gezondheidsgegevens) zijn de identificatierisico’s groter. De risico’s komen van twee kanten:
- voor de personen op wie de gegevens betrekking hebben, zijn de gevolgen van identificatie groter, en
- voor personen die de identiteit willen achterhalen, zullen bij gevoelige gegevens interessanter zijn. Ze zullen dus ook meer moeite doen om de gegevens te de-anonimiseren. Of andersom: voor kwaadwillenden is het weinig lonend om veel tijd te steken in het identificeren van personen die nietszeggende uitspraken hebben gedaan. De kans dat ze dat tóch proberen, is minder groot.
- Omvang: Bij een grote dataset is de kans groter dat minimaal één van de daarin voorkomende personen wordt herkend. Voor kwaadwillenden is het eerder lonend om te proberen een grote dataset te de-anonimiseren dan een kleine.
- Context: Volgens recente jurisprudentie hangt de vraag of een dataset anoniem is, af van de context. Stel: je hebt een dataset met identificerende persoonsgegevens, zoals namen. Van die dataset maak je een kopie en uit die kopie verwijder je de namen. Je stelt vast dat het zonder die namen ondoenlijk is om personen te identificeren. Als je de originele dataset strikt geheimhoudt, mag je die kopie publiceren als een anonieme dataset, ondanks het feit dat het voor jou mogelijk is om de identiteit van personen in die dataset te achterhalen (namelijk op basis van jouw originele dataset). Voor anderen is dat niet mogelijk; voor hen is de dataset dus anoniem.
Ik ga anoniem onderzoek doen (online of anderszins), maar ik wil de deelnemers desondanks mogelijkheden bieden tot inzage, correctie en verwijdering. Hoe doe ik dat?
Er zijn situaties waarin je weliswaar kunt garanderen dat het onderzoek anoniem verloopt, maar waarin het onderwerp zó gevoelig is dat je kunt verwachten dat sommige potentiële deelnemers alleen mee willen doen als ze de mogelijkheid krijgen om hun gegevens op een later moment alsnog te laten verwijderen, bijvoorbeeld als ze spijt krijgen van hun deelname of als een onderzoek veel media-aandacht krijgt. Deze mogelijkheid kan bepaalde potentiële deelnemers over de streep trekken zodat ze, ondanks eerdere twijfels, tóch meedoen aan je onderzoek.
Er ontstaat dan echter een probleem, want omdat de gegevens anoniem zijn, kun je in je dataset niet meer nagaan welke gegevens van de desbetreffende deelnemer zijn. Daar is een oplossing voor.
- Genereer per deelnemer een random code en koppel die aan de onderzoeksgegevens van de deelnemer.
Bij een anonieme online vragenlijst zou je Qualtrics bijvoorbeeld opdracht kunnen geven om een code te genereren. - Stel de deelnemer op de hoogte van de code maar koppel de code zelf niet aan identificerende gegevens van de deelnemer.
Jij weet dus niet wie welke code heeft. Bijvoorbeeld: bij een onderzoek waarin je fysieke gezondheidsmetingen verricht, zou je de code op een briefje kunnen schrijven en dit aan de deelnemer kunnen overhandigen. - Druk de deelnemer op het hart om de code geheim te houden en goed te bewaren.
- Vermeld in je informatiebrief (of inleiding op de vragenlijst) dat de deelnemer die code moet vermelden bij het uitoefenen van zijn of haar rechten.
Omdat de code is gekoppeld aan de onderzoeksgegevens van de deelnemer, kun je die onderzoeksgegevens opzoeken aan de hand van de door de deelnemer verstrekte code. De deelnemer kan de gegevens dan inzien en kan ze laten corrigeren of wissen.
Hoe bepaal ik of ik persoonsgegevens moet beschouwen als bijzondere persoonsgegevens?
Dit is een relevante vraag omdat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens verboden is, belangrijke uitzonderingen daargelaten.
De AVG geeft een limitatieve opsomming van bijzondere categorieën van persoonsgegevens (kortweg: bijzondere persoonsgegevens). Dit zijn zeer gevoelige gegevens over iemands:
- ras of etnische afkomst;
- politieke opvattingen;
- religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen;
- lidmaatschap van een vakbond;
- gezondheid (fysiek én geestelijk);
- seksuele gedrag of seksuele gerichtheid;
- genetica;
- biometrie (althans bij gebruik voor identificatiedoeleinden, zoals vingerafdrukken);
- strafrechtelijk verleden of strafrechtelijke veroordelingen (strikt genomen zijn dit geen bijzondere persoonsgegevens, maar in de praktijk is er weinig verschil).
Deze categorieën worden ruim geïnterpreteerd. Iemands ‘politieke opvattingen’ blijken bijvoorbeeld niet alleen uit de partij waarop hij of zij gestemd heeft, maar ook uit diens opvattingen over de inrichting van de maatschappij. En er is al sprake van ‘medische gegevens’ als je vastlegt dat iemand dyslexie heeft.
Zijn dit onder alle omstandigheden bijzondere persoonsgegevens?
Nee! Persoonsgegevens kunnen als bijzondere persoonsgegevens worden beschouwd wanneer ze worden gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen, of – in het algemeen – om een verwerking uit te voeren die raakt aan de specifieke gevoeligheid van de bijzondere persoonsgegevens.
Enkele voorbeelden om dit te illustreren:
- Om te bepalen of een foto een bijzonder persoonsgegeven over bijvoorbeeld iemands ras, etnische afkomst, gezondheid of politieke voorkeur is, moet je het doel en de context van de verwerking van de persoonsgegevens in ogenschouw nemen. Als je lukraak foto’s verzamelt, zijn dat geen bijzondere persoonsgegevens, maar verzamel je specifiek foto’s van mensen met een bepaalde huidskleur, mensen in een rolstoel of mensen die deelnemen aan demonstraties, dan zijn het wél bijzondere persoonsgegevens.
- Iemands spreektaal staat niet specifiek in de AVG als een bijzonder persoonsgegeven, maar die taal kan wel iets zeggen over iemands etnische afkomst, net als bijv. iemands achternaam, of waar iemand op school zit (bijv. een islamitische school).
- De afbeeldingen van kinderen op een klassenfoto zijn reguliere persoonsgegevens, maar als je die klassenfoto gaat gebruiken om te tellen hoeveel kinderen met een bepaalde huidskleur er in een klas zitten of hoeveel meisjes een hoofddoekje dragen, worden het bijzondere persoonsgegevens.
- Namen zijn op zichzelf geen bijzondere persoonsgegevens, maar een naam in combinatie met een geboorteplaats kan iets zeggen over iemands etniciteit. Ook dán hoeven het nog geen bijzonder persoonsgegevens te zijn. Het worden pas bijzondere persoonsgegevens als de etniciteit deel uitmaakt van het doel waarvoor je de persoonsgegevens verwerkt.
Let op met publicatie van je dataset!
Mogelijk is het gevoelige aspect van de bijzondere persoonsgegevens voor jou niet van belang; het is wellicht slechts een bijkomstigheid die jou niet interesseert en die buiten jouw onderzoeksdoel valt. Misschien heb je iemands naam en geboorteplaats bijvoorbeeld voor heel iets anders nodig dan voor onderzoek naar etniciteit. Maar op het moment dat je je dataset publiceert, kunnen anderen die gegevens wél gebruiken om de etniciteit vast te stellen. Je weet immers niet welk doel anderen hebben met de dataset. Zo’n dataset moet je dus ofwel closed access ofwel restricted access archiveren, óf je publiceert hem pas nadat je de (mogelijkerwijs) bijzondere persoonsgegevens hebt verwijderd.
Voor het selecteren van mijn deelnemers moet ik bijzondere persoonsgegevens verwerken. Waar moet ik rekening mee houden?
Soms is het voor je onderzoek noodzakelijk dat je deelnemers met een bepaalde eigenschap selecteert. Denk bijvoorbeeld aan dyslexie, een bepaalde seksuele gerichtheid of een bepaalde religie. Dit zijn bijzondere persoonsgegevens. Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens is weliswaar verboden, maar mede omdat er enkele uitzonderingen op deze regel bestaan, is het meestal heel goed mogelijk om de gewenste selectie desondanks te maken. Bij de verdere verwerking gelden er nog wel enkele aandachtspunten.
Selectie
Waar het gaat om het selecteren van deelnemers voor wetenschappelijk onderzoek zijn er in beginsel twee relevante uitzonderingen op het verwerkingsverbod. We bespreken ze hieronder kort aan de hand van voorbeelden:
- De bijzondere persoonsgegevens zijn door de potentiële deelnemer zelf openbaargemaakt.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand iets over zichzelf heeft onthuld op een openbaar sociaal medium. Dit gegeven mag je dan betrekken in de selectie van de deelnemer én in de verdere verwerking van diens onderzoeksgegevens. - Je hebt als onderzoeker toestemming gekregen voor het gebruik van de bijzondere persoonsgegevens.
Een voorbeeld: Je wilt op een bepaalde school onderzoek doen onder kinderen met dyslexie. De school weet welke kinderen dyslexie hebben en welke niet. Maar de school mag de gegevens over een bepaald kind pas verstrekken nadat de ouders van dat kind de school daarvoor toestemming hebben gegeven. Gewoonlijk is het de onderzoeker die de gang van zaken wat betreft de toestemmingsvraag regelt – in overleg met de school. Het is echter de school die de ouders daadwerkelijk om toestemming vraagt.
Een alternatief is dat je de school vraagt om alle kinderen een uitnodigingsbrief mee te geven waarin je de ouders van kinderen met dyslexie oproept zich bij jou te melden voor deelname aan jouw onderzoek.
Als jouw onderzoek niet lijkt op de bovenstaande voorbeelden, terwijl je in je selectie wél gebruikmaakt van bijzondere persoonsgegevens, neem je contact op met de privacy officers.
Verdere verwerking
Het gebruik van bijzondere persoonsgegevens bij de selectie van deelnemers heeft ook gevolgen voor de verdere verwerking van die persoonsgegevens. Immers, omdat het mensen zijn die aan de selectiecriteria voldoen, weet je al iets over hen, bijvoorbeeld dat ze dyslexie hebben, dat ze heteroseksueel zijn of dat ze het katholieke geloof aanhangen (als dat de selectiecriteria waren). Deze gegevens moet je als het ware “optellen” bij de persoonsgegevens die je tijdens je onderzoek gaat verzamelen.
Als de deelnemers de gegevens niet zelf openbaar hebben gemaakt, zal de verdere verwerking van de gegevens uit de selectiecriteria dus in beginsel moeten berusten op de toestemming van de individuele deelnemers. Met andere woorden: je moet hen om toestemming vragen voor de verdere verwerking, en als dat nog niet is gebeurd, moet je het alsnog doen.
Voor de hand liggende manieren om die (aanvullende) toestemming te omzeilen, zijn het anoniem verzamelen van de onderzoeksgegevens of het zo snel mogelijk anonimiseren ervan. De selectiecriteria worden dan nog steeds gekoppeld aan de gegevens over bepaalde deelnemers, maar het is niet (meer) mogelijk om te achterhalen wie die deelnemers zijn. In dergelijke gevallen is de AVG niet meer van toepassing nadat de gegevens zijn geanonimiseerd.
Deelnemers informeren
Hoe moet ik deelnemers informeren?
Het juist en volledig informeren van deelnemers is niet alleen een van de belangrijkste eisen die de AVG aan je onderzoek stelt, het is ook een belangrijke voorwaarde voor informed consent van potentiële deelnemers. Informed consent is immers niets anders dan vrijwillige deelname op basis van alle relevante informatie.
Je moet je deelnemers altijd informeren over doel en opzet van je onderzoek, wat er van hen wordt verwacht, eventuele voor- en nadelen van deelname en jouw contactgegevens. Dat is het ethische deel.
Ga je binnen je onderzoek ook persoonsgegevens verzamelen, dan moet je je deelnemers ook onder meer laten weten welke persoonsgegevens dat zijn, wat je ermee gaat doen, hoe lang je ze wilt bewaren, wie er toegang toe krijgen, hoe je ze gaat beveiligen, wat de wettelijke grondslag voor de verwerking is, welke rechten je deelnemers hebben en dat de UU een functionaris gegevensbescherming heeft.
Gewoonlijk informeer je je deelnemers via een uitnodigings- of informatiebrief, of via de inleiding van een vragenlijst. In bepaalde gevallen is het echter ook mogelijk om hen mondeling of via een privacyverklaring te informeren.
- Uitgebreide informatie over al deze onderwerpen vind je in de Leidraad informatieplicht wetenschappelijk onderzoek – Ethiek en AVG.
- Voor een groot aantal praktische templates kun je terecht op de intranetsite van de FETC Geesteswetenschappen.
Ik werk in mijn onderzoek niet met deelnemers maar ik ga wel persoonsgegevens verzamelen. Wat moet ik doen?
Als je bijvoorbeeld archiefonderzoek of big data-onderzoek doet (zoals web scraping), verzamel je daarbij vaak persoonsgegevens van mensen die niet echt “deelnemers” aan jouw onderzoek zijn. Maar het feit dat je persoonsgegevens verzamelt, betekent wel dat de AVG van toepassing is. En de AVG vereist van jou dat je de mensen op wie die persoonsgegevens betrekking hebben, informeert over jouw onderzoek.
Dit wordt al gauw een probleem, bijvoorbeeld omdat je niet weet hoe je die mensen moet bereiken of omdat het om een te groot aantal gaat. Voor dat laatste bestaat een oplossing:
- Schrijf een privacyverklaring waarin je alle relevante informatie verstrekt. Neem voor het schrijven daarvan contact op met privacy.gw@uu.nl of privacy.rebo@uu.nl.
- Plaats die privacyverklaring op een openbaar toegankelijke website.
- Stel een kort bericht op met een beschrijving van je onderzoek.
- Plaats dat bericht op een veelgelezen sociaal medium (bijvoorbeeld het medium dat je scrapet) en neem in dat bericht een link naar jouw privacyverklaring op.
Voor situaties waarin het echt ondoenlijk is om personen te informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens bevat de AVG een uitzondering die specifiek geldt voor wetenschappelijk onderzoek:
Als het informeren van de betrokken personen onevenredig veel inspanning kost of als het de uitvoering van je onderzoek in gevaar dreigt te brengen, mag van informatieverstrekking worden afgezien mits je er alles aan doet om de rechten, vrijheden en belangen van die personen te beschermen.
Meer informatie:
Toestemming en rechten van deelnemers
Klopt het dat je je deelnemers niet meer altijd om toestemming hoeft te vragen?
Ja, dat klopt, althans waar het gaat om toestemming voor de verwerking van hun persoonsgegevens.
Laten we vooropstellen: er mag geen misverstand over bestaan dat ieders deelname aan jouw onderzoek vrijwillig moet zijn, en dat de beslissing om deel te nemen gebaseerd moet zijn op alle relevante informatie over jouw onderzoek. Dit is niets anders dan de traditionele informed consent.
In veel gevallen is er echter meer aan de hand. Je gaat binnen je onderzoek ook persoonsgegevens van de deelnemers verwerken. Om dat te mogen doen heb je een zg. wettelijke grondslag (of rechtsgrond) nodig. Toestemming van de deelnemers is een mogelijke grondslag, maar niet zo’n handige. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) stelt namelijk zeer hoge eisen aan de toestemming; die moet
1. vrijwillig gegeven zijn;
2. specifiek betrekking hebben op jouw onderzoek;
3. gebaseerd zijn op alle relevante informatie; en
4. aantoonbaar zijn.
De eisen 1 en 3 leveren geen problemen op (die zijn gelijk aan informed consent), maar de eisen 2 en 4 wel. Omdat de toestemming specifiek voor jouw onderzoek geldt, is het niet mogelijk om de verzamelde persoonsgegevens te delen binnen de bredere wetenschappelijke gemeenschap. En omdat de toestemming aantoonbaar moet zijn, is het vaak noodzakelijk om veel moeite te doen voor het verzamelen van handtekeningen of iets dergelijks. En dat terwijl de deelnemers hun toestemming tot het moment van publicatie gewoon nog kunnen intrekken, zonder opgaaf van redenen.
Gelukkig biedt de AVG een andere wettelijke grondslag waarop universitaire onderzoekers een beroep kunnen doen wanneer ze persoonsgegevens verwerken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek: de uitvoering van een taak van algemeen belang. Aan de universiteit doen wij immers onderzoek dat een maatschappelijk belang dient (kennisvermeerdering van de maatschappij).
Wanneer je deze grondslag gebruikt, hoef je je deelnemers dus niet meer te vragen om toestemming, althans niet voor de verwerking van hun persoonsgegevens. Er is dus ook geen toestemming meer die ze kunnen intrekken. In plaats daarvan kunnen ze op grond van hun specifieke situatie nog wel bezwaar maken tegen de verwerking. Als universiteit maken we dan een afweging: Wat weegt zwaarder, het wetenschappelijk belang van het onderzoek of de rechten en vrijheden van degene die klaagt? Het staat dus zéker niet vast dat je de gegevens van de klager moet wissen. En omdat je niet gebonden bent aan de specificiteit van de toestemming, kun je de persoonsgegevens in veel bredere (wetenschappelijke) kring delen.
Zie voor meer informatie dit artikel op het intranet.
Ik doe onderzoek in het algemeen belang. Hoef ik dan nooit om toestemming te vragen?
Als het om wetenschappelijk onderzoek aan de UU gaat, moet de deelname altijd vrijwillig zijn (“informed consent”). De verwerking van persoonsgegevens vindt in beginsel niet plaats op basis van de grondslag ‘toestemming’, maar op basis van de grondslag ‘algemeen belang’. Meer informatie daarover vind je hier.
Toch kan aanvullende toestemming in bepaalde situaties wél vereist zijn:
- Als je bijzondere persoonsgegevens gaat verwerken. Bijvoorbeeld: je vraagt vooraf bij een school om informatie over kinderen met dyslexie. De school mag jou deze gegevens pas verstrekken na toestemming van de ouders. Of je snijdt tijdens een interview onderwerpen aan waarbij je bijzondere persoonsgegevens verwerkt, zoals de geloofsbeleving van de deelnemer of de etnische achtergrond van een gezin.
- Als je van plan bent om je onderzoeksgegevens ook buiten de wetenschappelijke context te gebruiken, bijvoorbeeld als je ze wilt doorgeven aan een niet-officieel archief. Voor doorgifte aan erkende (nationale) archieven is toestemming meestal juridisch niet nodig, maar kan toestemming op ethische gronden gewenst zijn.
Daarnaast zijn er situaties waarin je de deelnemers moet vragen of ze akkoord gaan. We spreken dan niet van toestemming in de zin van de AVG, maar bijvoorbeeld van akkoordverklaring:
- Als je beeld- en/of geluidsopnames gaat maken. Een akkoordverklaring is dan meestal op ethische gronden vereist. Ga je de opnames ook buiten je onderzoek gebruiken, dan kan toestemming in het kader van het portretrecht in bepaalde gevallen eveneens vereist zijn.
- Als de deelnemers kinderen zijn en als er sprake is van niet-klassikaal onderzoek. De ouder of voogd moet dan akkoord geven voor deelname van het kind, niet voor de verwerking van diens persoonsgegevens. Als deelname betekent dat de kinderen lestijd gaan missen, hanteert de FETC-GW de volgende regels:
- Als een kind uit de klas of les gehaald moet worden om mee te kunnen doen aan het onderzoek, dan is soms op ethische gronden akkoord van ouders/voogden nodig voor deelname.
- Let op! Als het onderzoek klassikaal plaatsvindt, is akkoord van ouders/voogden niet nodig; de school fungeert dan als eerste filter, en de ouder kan wel bezwaar maken tegen deelname.
Nogmaals: ongeacht of het onderzoek in of buiten de klas plaatsvindt, de wettelijke AVG-grondslag kan in beide gevallen ‘algemeen belang’ zijn. De akkoordverklaring bij niet-klassikaal onderzoek heeft immers betrekking op de deelname van het kind. Na afloop van de deelname kan de ouder of voogd – zoals gezegd – nog bezwaar maken tegen de verwerking van de persoonsgegevens van het kind.
Een voorbeeld: Je gaat niet-didactisch klassikaal onderzoek doen op een school en je verwerkt alleen reguliere persoonsgegevens (dus géén bijzondere persoonsgegevens). Uiteraard moet je de ouders informeren over het feit dat er onderzoek gaat plaatsvinden. Bovendien moet je hen in de gelegenheid stellen om bezwaar te maken. Dat bezwaar richt zich op twee aspecten, afhankelijk van het moment waarop het wordt geuit:
- Vooraf kunnen de ouders bezwaar maken tegen de deelname van hun kind. De ouders hoeven niet expliciet akkoord te gaan met de deelname, want de leerkracht bepaalt de gang van zaken in de klas (“eerste filter”). Uit ethische overwegingen moeten ouders in veel gevallen echter wel een bezwaarmogelijkheid hebben.
- Achteraf kunnen de ouders bezwaar maken tegen de verwerking van de persoonsgegevens van hun kind. Voor die verwerking hoef je hen niet om toestemming te vragen, want daarvoor doen we een beroep op het algemeen belang.
Ik wil beeld- of geluidsopnamen maken. Hoe zit het dan met toestemming?
In veel gevallen moet je toestemming vragen voor het maken van beeld- en/of geluidsopnamen. Waarvoor je dan precies toestemming vraagt, hangt af van de situatie. Hieronder vind je een brede schets. Voor heel specifieke situaties kun je het beste contact opnemen met de privacy officers (privacy.gw@uu.nl of privacy.rebo@uu.nl).
Interviews
Als je opnamen wilt maken van een interview, vermeld je dat in je informatie- of uitnodigingsbrief. De deelnemer is er dan op voorbereid. Bovendien stel je een script op waarin je opschrijft wat je aan het begin van het interview gaat vragen of zeggen. In dat script neem je de vraag op of de deelnemer ermee akkoord gaat dat je opnamen maakt. Die vraag en het antwoord neem je op in je opname.
De vraag die je stelt, gaat nadrukkelijk niet over toestemming van de deelnemer voor de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens. Daar heb je geen toestemming voor nodig omdat je die persoonsgegevens verwerkt op basis van het algemeen belang. Je stelt een ethische vraag, namelijk of het akkoord is dat je opnamen maakt.
Wil je de opnamen voor iets anders gebruiken dan alleen voor je onderzoek, dan moet je daar aanvullende toestemming voor vragen. Zie Opnamen gebruiken voor een ander doel.
Focusgroepen
Bij focusgroepen is het ondoenlijk om elke deelnemer afzonderlijk om toestemming te vragen voor het maken van opnamen. Eén deelnemer zou het maken van een opname dan kunnen dwarsbomen. De deelnemers moeten er via de informatie- of uitnodigingsbrief wel van doordrongen worden dat je de gesprekken gaat opnemen. Willen ze dat niet, dan kunnen ze niet meedoen aan de focusgroep.
Soms heeft een focusgroep een gespreksleider. Deze moet er uiteraard mee akkoord gaan dat je opnamen maakt. De met deze persoon gemaakte afspraken kun je vooraf vastleggen via een mailwisseling of een afsprakenlijstje.
Observaties
Bij het maken van opnamen van deelnemers bij bijvoorbeeld dagelijkse routines hangt het van de situatie af of het mogelijk is om daar toestemming voor te vragen.
- Soms zou het vragen om toestemming de uitkomsten van de observaties kunnen beïnvloeden omdat de geobserveerden, in de wetenschap geobserveerd te worden, hun gedrag bewust of onbewust zouden kunnen aanpassen. Je hoeft dan geen toestemming te vragen, maar achteraf moet je de geobserveerden wel informeren (debriefen, indien dit praktisch haalbaar is) en moet je hen de mogelijkheid bieden bezwaar te maken.
- Heeft het voor je onderzoek geen negatieve gevolgen als de deelnemers weten dat je hen observeert, dan moet je vooraf vragen of ze ermee akkoord gaan dat je opnamen maakt. Dit geldt echter niet als het vragen om akkoord onevenredig veel moeite kost, waardoor je hele onderzoek in het gedrang zou kunnen komen. Zie verder de beschrijving onder interviews.
Kinderen
Bij het maken van opnamen van kinderen moet het uitgangspunt zijn dat dat niet zonder meer mag. De AVG biedt kinderen extra bescherming omdat zij nog niet in staat zijn afgewogen beslissingen te nemen en omdat opnamen die op jonge leeftijd van hen zijn gemaakt, hen in hun latere leven kunnen blijven achtervolgen.
Klassikale opnamen
Bij het maken van klassikale opnamen zijn altijd diverse partijen betrokken:
- De schoolleiding. Deze moet via een informatiebrief worden ingelicht omtrent het voornemen om opnamen te gaan maken en moet daar – onder andere als locatiehouder – mee akkoord gaan. Dat kan via een afsprakenlijst of een mailwisseling. De schoolleiding vormt de eerste “verdedigingslinie” voor de kinderen en wordt daarom ook wel gatekeeper genoemd. De schoolleiding heeft echter geen zeggenschap over de opnamen die je uiteindelijk maakt.
- De leerkracht. Ook deze moet via een informatiebrief worden ingelicht omtrent het voornemen om opnamen te gaan maken en ook deze moet daarmee akkoord gaan. Dat kan via een afsprakenlijst of een mailwisseling. In veel gevallen speelt de leerkracht zelf ook een rol in de opnamen. Dit moet dan uitdrukkelijk worden beschreven in de informatiebrief. De leerkracht is dan een deelnemer in de gebruikelijke zin van het woord, met de bijbehorende (AVG-) rechten.
- De ouders of voogden van de kinderen. De ouders of voogden van kinderen tot en met 15 jaar moeten vooraf via een informatiebrief worden ingelicht. Ze moeten in de gelegenheid worden gesteld om bezwaar te maken tegen het feit dat hun kind wordt opgenomen. Doen ze dat, dan kan het kind in de klas buiten het opnameveld worden geplaatst, of kan het buiten de klas wachten.
- De kinderen zelf. Vanaf 12 jaar mogen kinderen zelf (mede) bepalen of er opnamen van hen worden gemaakt. Tot die leeftijd beslissen de ouders, al is het moeilijk denkbaar om kinderen tot 12 jaar te dwingen mee te werken. De beste manier is om kinderen klassikaal te informeren over de geplande opnamen. Wil een kind niet meewerken, dan kan het in de klas buiten het opnameveld worden geplaatst, of kan het buiten de klas wachten.
Individuele opnamen
Voor individuele opnamen van kinderen tot en met 15 jaar moeten de ouders/voogden altijd toestemming geven, en aanvullend geldt dat kinderen vanaf 12 jaar eveneens toestemming moeten geven. Dit kan bijvoorbeeld worden geregeld via een toestemmingsformulier dat samen met de informatiebrief aan de ouders/voogden wordt uitgereikt. Die toestemming betreft de deelname aan het onderzoek en het maken van de opnamen, maar niet de verwerking van de daaruit voortvloeiende persoonsgegevens. Tegen die verwerking kunnen de ouders/voogden achteraf nog wel bezwaar maken.
Opnamen gebruiken voor een ander doel
Je maakt je opnamen in eerste instantie ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. Daarop is de bovenbeschreven procedure voor toestemming en/of bezwaar afgestemd. Soms is het echter wenselijk om de gemaakte opnamen ook voor een ander doel te gebruiken, zoals voor weergave tijdens presentaties of colleges, voor uitzending op radio of tv, voor plaatsing op sociale media of voor overhandiging aan een gespecialiseerd archief (bijv. het NIOD).
Je mag je opnamen niet zonder meer voor een dergelijk doel gebruiken. Vaak is daar aanvullende toestemming voor nodig, bijvoorbeeld omdat de AVG dit voorschrijft of omdat daar ethische of auteursrechtelijke redenen voor zijn.
Weet je al van tevoren dat je de opnamen voor een ander doel gaat gebruiken, of valt dat te verwachten, maak daar dan afspraken over met je deelnemers. Stel een toestemmingsverklaring op en geef daarin aan wat je met de opnamen wilt gaan doen. De deelnemer kan dan per doel aangeven of hij/zij daarmee akkoord is. Voorbeelden van toestemmingsverklaringen zijn te vinden op de intranetsite van de FETC-GW.
Ik observeer deelnemers en leg daarbij persoonsgegevens vast. Moet ik die deelnemers dan altijd informeren?
Een van kernpunten van de AVG is dat mensen van wie je persoonsgegevens verwerkt, of dat nu deelnemers – in de klassieke zin van het woord – of andere “betrokkenen” zijn, geïnformeerd moeten worden over die verwerking. Vaak doe je dat via een informatiebrief, soms via een privacyverklaring. Het belangrijkste doel van die informatieverstrekking is dat je de betrokkenen de mogelijkheid biedt om hun AVG-rechten uit te oefenen, zoals inzage (controle), correctie, verwijdering en bezwaar.
Uitzondering 1
Op deze informatieverplichting geldt een uitzondering voor wetenschappelijk onderzoek, maar deze uitzondering is zéker niet onbeperkt. Het informeren van betrokkenen mag namelijk alleen achterwege blijven:
- als het informeren van betrokkenen onmogelijk is of zó veel moeite kost dat dat niet in verhouding staat tot de omvang van het onderzoek, of
- als het informeren van betrokkenen het verwezenlijken van het doel van het onderzoek onmogelijk maakt of in gevaar brengt (bijvoorbeeld als het informeren van betrokkenen van invloed kan zijn op de resultaten van het onderzoek).
Doe je een beroep op deze uitzondering, dan moet je passende maatregelen nemen om “de rechten, de vrijheden en de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te beschermen”, bijvoorbeeld door terughoudend te zijn met het publiceren van persoonsgegevens.
Uitzondering 2
Soms is het onmogelijk of ondoenlijk om iedereen individueel in informeren, maar is het wél mogelijk om de groep waartoe de betrokkenen behoren te informeren middels een bericht op een sociaal medium aangevuld met een privacyverklaring op een openbare website (bijvoorbeeld die van de UU) waarnaar je in je bericht verwijst. Het is standaardbeleid van de UU om gebruik te maken van deze mogelijkheid. Daarop bestaat echter een uitzondering die weliswaar niet in de AVG is verankerd maar die voortvloeit uit gezond verstand.
Situatie: Je observeert mensen (live of online) en legt daarbij (onder meer) persoonsgegevens vast. In die persoonsgegevens ben je niet geïnteresseerd. Het is slechts onvermijdelijke “bijvangst”. Daarom anonimiseer je ze zo snel mogelijk. Ondanks het feit dat er een korte periode is waarin je wel degelijk persoonsgegevens verwerkt (je verzamelt ze, bewaart ze korte tijd en anonimiseert ze), en ondanks het feit dat het misschien wel mógelijk zou zijn om de betrokkenen te informeren, hoef je dat in dit geval niet te doen. Je hebt de betrokkenen immers weinig te bieden. Tegen de tijd dat ze een AVG-verzoek bij je indienen, heb je hun persoonsgegevens al niet meer omdat die gegevens geanonimiseerd zijn. Je weet vaak zelfs niet of je de gegevens van die persoon ooit hebt gehad.
Voorbeeld: Je hebt ergens in de openbare ruimte een object geplaatst en je maakt opnamen van de manier waarop voorbijgangers op dat object reageren. Zo snel mogelijk nadat je die opnamen hebt gemaakt, blur je de gezichten zodat de voorbijgangers onherkenbaar worden. Je hoeft deze mensen dan niet te informeren. Mensen vooraf informeren is hier niet mogelijk omdat je daarmee de reactie van de mensen op het object beïnvloedt.
Opgepast: Deze uitzondering geldt uiteraard niet als er sprake is van deelnemers in de klassieke zin van het woord. Deelnemers moet je hoe dan ook informeren omdat ze op basis van jouw informatie moeten kunnen beslissen of ze vrijwillig deelnemen aan je onderzoek (“informed consent”).
Als een deelnemer bezwaar maakt of haar toestemming intrekt, wat moet ik dan met haar persoonsgegevens doen: wissen of anonimiseren?
Als een verwijderverzoek of bezwaar van een deelnemer wordt toegewezen, ben je verplicht om diens gegevens te verwijderen. Maar moet je die gegevens dan echt wissen, of is anonimiseren voldoende?
Als je persoonsgegevens anonimiseert, zijn het geen persoonsgegevens meer en zijn de oorspronkelijke persoonsgegevens dus niet meer aanwezig, net als wanneer je ze wist. Qua resultaat is er geen verschil. Er is uiteraard wel een verschil in het type verwerking dat je uitvoert om tot dat resultaat te komen, maar dat is niet doorslaggevend.
Het is een bekende en geaccepteerde werkwijze om data aan het eind van de bewaartermijn te anonimiseren, bijvoorbeeld voor onderzoeksdoeleinden. Formeel is er geen verschil tussen wissen/anonimiseren “op verzoek” of “omdat de bewaartermijn verstreken is”.
Als een deelnemer bezwaar maakt of zijn toestemming intrekt, mag je diens gegevens dus naar eigen keuze wissen of anonimiseren. Het is een goede gewoonte om gegevens hoe dan ook – van het begin af aan – zo veel mogelijk te anonimiseren, uiteraard op voorwaarde dat je na anonimisering nog wel een relevante dataset overhoudt. Anonimiseren is een vorm van dataminimalisatie.
Er kan echter een goede reden zijn om identificeerbare gegevens te bewaren. Stel dat je niet kúnt anonimiseren vanwege de relevantie van identificeerbare gegevens binnen je dataset. Als iemand in dat geval bezwaar maakt of zijn toestemming intrekt, moet je kiezen: óf je wist de gegevens, óf je anonimiseert ze en brengt ze over naar een dataset met geanonimiseerde gegevens die wellicht in het kader van ander onderzoek relevant is.
In de informatiebrief voor deelnemers moet altijd worden beschreven wat je gaat doen: wissen of anonimiseren.
Wat moet ik als onderzoeker doen wanneer een deelnemer zijn AVG-rechten wil uitoefenen?
Als een of meer deelnemers bezwaar maken tegen de verwerking van hun persoonsgegevens of als ze een van hun andere AVG-rechten willen uitoefenen (zoals inzage, correctie, “bevriezing”, intrekking van toestemming), moet Juridische Zaken (JZ) altijd worden betrokken bij de afhandeling daarvan. Dat moet om meerdere redenen:
- JZ is verplicht om een registratie bij te houden van alle AVG-verzoeken die binnen de UU worden ingediend.
- JZ weet precies op welke manier de identiteit van de aanvrager kan worden geverifieerd.
- Een reactie op een AVG-verzoek (of je dat nu honoreert of niet) wordt beschouwd als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit houdt in dat de UU alle stapjes uit die wet netjes moet doorlopen. Een besluit moet binnen een bepaalde termijn worden genomen, er moet bepaalde informatie in staan (met als sanctie dwangsommen voor de UU als dit niet goed gebeurt), betrokkenen kunnen in bezwaar gaan tegen een besluit, besluiten moeten namens het CvB worden verstuurd, etc.
Het Formulier privacy verzoek is voor deelnemers de aangewezen manier om een AVG-verzoek in te dienen. Deelnemers hebben soms echter ook de mogelijkheid om hun AVG-verzoek in te dienen bij de onderzoeker zelf. Dit is persoonlijker en het voelt voor deelnemers directer en vertrouwenwekkender. Bij ontvangst van een dergelijk verzoek moet de onderzoeker meteen contact opnemen met JZ (eventueel via de facultaire privacy officer) om het AVG-verzoek te melden.
JZ moet de deelnemer identificeren alvorens het verzoek in behandeling te kunnen nemen. Identificatie is maatwerk en verschilt per verzoek; dit zal in afstemming met de onderzoeker gebeuren. Soms zal deze afstemming niet meer nodig zijn en is het duidelijk dat de persoon is wie hij of zij zegt te zijn.
De onderzoeker kan in deze procedure worden beschouwd als een soort doorgeefluik of tussenpersoon. Als er een AVG-verzoek binnenkomt bij de onderzoeker, moet dit zo snel mogelijk naar JZ worden gestuurd (privacy@uu.nl). De termijnen kunnen namelijk direct beginnen te lopen. Pas na overleg tussen JZ en de onderzoeker en op verzoek van JZ kan de onderzoeker actie ondernemen zoals bijv. gegevens verwijderen.
Dus ook als de UU het verzoek gewoon kan honoreren, dan nóg moet JZ de deelnemer daarvan op de hoogte stellen. Het is dus JZ die – na afstemming met de onderzoeker – een brief (per mail) stuurt met de inhoud van het besluit (bijvoorbeeld dat de gegevens zijn verwijderd/geanonimiseerd).
Kinderen
Welke leeftijdsgrenzen gelden er om te bepalen of iemand een kind is?
Onder kinderen wordt verstaan: personen jonger dan 16 jaar.
- Tot en met 11 jaar zijn de ouders/voogden formeel als enigen beslissingsbevoegd.
- Bij kinderen van 12 tot en met 15 jaar beslissen ouders en kinderen samen. Dat wil zeggen: ouders/voogden én het kind moeten akkoord zijn.
- Vanaf de leeftijd van 16 jaar hebben jongeren zelf volledige beslissingsbevoegdheid.
Ik heb ouderlijke toestemming nodig voor onderzoek met kinderen. Moeten dan beide ouders/voogden toestemming geven?
Als je onderzoek doet met kinderen, moeten ouders/voogden daarvoor in veel gevallen toestemming geven. De vraag is nu of de toestemming van één ouder/voogd voldoende is, of dat van beide ouders/voogden toestemming wordt verlangd. Dit laatste is in de praktijk een grote belemmering voor de uitvoering van het onderzoek.
De vuistregel voor het beantwoorden van de “één-of-beiden-vraag” luidt als volgt:
- Voor invasief of risicovol onderzoek is toestemming van beide ouders/voogden vereist.
- Voor niet-invasief/niet-risicovol onderzoek is toestemming van slechts één ouder/voogd vereist.
- In twijfelgevallen beslist de Facultaire Ethische ToetsingsCommissie (FETC).
Uiteraard is er discussie mogelijk over de vraag of onderzoek al dan niet invasief resp. risicovol is, maar in veel gevallen zal daarover consensus zijn. In geval van twijfel doet de FETC uitspraak.
Persoonsgegevens delen en publiceren
Ik heb opnamen gemaakt (of andere persoonsgegevens verzameld) en ik wil die doorgeven aan een niet-wetenschappelijke organisatie. Mag dat?
Om te bepalen of je opnamen (of andere persoonsgegevens) van deelnemers mag doorgeven aan een andere organisatie (zoals een archief), kun je het onderstaande lijstje van vragen nalopen.
- Heb je je deelnemers om toestemming gevraagd voor de doorgifte aan de organisatie?
- Ja – Uiteraard is er geen probleem. Je kunt de gegevens doorgeven op basis van de toestemming.
- Nee – Ga naar de volgende vraag.
- Heb je je deelnemers wél om toestemming gevraagd voor het gebruik van hun persoonsgegevens (en/of bijzondere persoonsgegevens) ten behoeve van je onderzoek, maar niet voor de doorgifte van die gegevens?
- Uitleg: Toestemming moet specifiek zijn. Als je toestemming hebt gevraagd om persoonsgegevens voor een bepaald doel te gebruiken, mag je ze niet gebruiken voor een doel dat niet verenigbaar is met dat oorspronkelijke doel.
- Ja – Je moet de deelnemers apart om toestemming vragen voor de doorgifte. De eerder gegeven toestemming heeft namelijk géén betrekking op de doorgifte en is daarom niet bruikbaar om doorgifte mogelijk te maken.
- Nee – Ga naar de volgende vraag.
- Wil je de persoonsgegevens doorgeven aan een organisatie die werkt in het algemeen belang?
- Uitleg: Hieronder vallen overheidsinstellingen zoals nationale archieven, maar ook zg. anbi’s (algemeen nut beogende instellingen) die actief zijn op hetzelfde terrein als jouw onderzoek (bijvoorbeeld: jij doet onderzoek naar mensenrechten en de instelling is Amnesty International). Uit je antwoorden op de vorige vragen blijkt dat jij de persoonsgegevens verwerkt op basis van de grondslag ‘algemeen belang’.
- Ja – Geen belemmering. Ga door naar de volgende vraag. Als je je deelnemers nog niet geïnformeerd hebt over de doorgifte, moet je proberen dat alsnog te doen.
- Nee – Je moet de deelnemers apart om toestemming vragen voor de doorgifte.
- Is het doel dat de ontvanger met de gegevens beoogt, verenigbaar met het wetenschappelijke doel waarvoor je de gegevens hebt verzameld?
- Uitleg: Je mag persoonsgegevens alleen doorgeven als die doorgifte verenigbaar (of: “in lijn”) is met het oorspronkelijke doel. Bij wetenschappelijke instellingen is dat geen probleem, maar bij andere organisaties kan het de doorgifte belemmeren. Zo is doorgifte aan een archief dat opnamen van interviews met oorlogsslachtoffers archiveert, iets anders dan doorgifte aan een instelling die jouw persoonsgegevens wil gebruiken om je deelnemers om een donatie te vragen.
- Ja – Geen belemmering. Ga door naar de volgende vraag.
- Nee – Je moet de deelnemers apart om toestemming vragen voor de doorgifte.
- Gaat het bij de doorgifte om een organisatie binnen de Europese Economische Regio?
- Uitleg: De Europese Economisch Regio (EER) bestaat uit de EU, aangevuld met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Dit zijn de landen waar de AVG van toepassing is. Buiten deze landen is goede rechtsbescherming van persoonsgegevens niet automatisch gegarandeerd.
- Ja – Je mag de gegevens in beginsel doorgeven.
- Nee – De kans is groot dat je aanvullende maatregelen moet nemen om de gegevens te mogen doorgeven. Neem contact op met de privacy officers (privacy.gw@uu.nl of privacy.rebo@uu.nl).
Ik heb opnamen gemaakt en ik wil de geanonimiseerde transcripten publiceren. Wat moet ik dan met de oorspronkelijke opnamen doen?
Het is beleid van de UU om data ‘zo open als mogelijk en zo gesloten als nodig’ te publiceren.
Veel onderzoekers willen de ruwe data die zijn afgeleid van opnamen (bijv. transcripten of kijktijden) publiceren als open data, in geanonimiseerde vorm. Het grote voordeel daarvan is dat de AVG niet geldt. De AVG is immers niet van toepassing op geanonimiseerde gegevens. In veel gevallen kunnen de oorspronkelijke opnamen vervolgens worden gewist omdat ze geen toegevoegde waarde hebben.
In bepaalde gevallen zijn er echter goede redenen om de oorspronkelijke opnamen juist wél te bewaren. Bijvoorbeeld om te bewijzen dat jouw interviews daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, inclusief de gedane uitspraken. Of omdat de manier waaróp iets gezegd wordt of de manier waaróp iemand kijkt, of de manier waaróp de onderzoeker iets heeft geïnterpreteerd, van belang kan zijn voor replicatie of controle van het onderzoek, voor vervolgonderzoek of voor heel ander onderzoek.
Er kunnen dus goede redenen zijn om ook de oorspronkelijke opnamen op de een of andere manier beschikbaar te stellen. Het probleem dat dan ontstaat, is dat de geanonimiseerde dataset die eveneens wordt gepubliceerd, gedeanonimiseerd kan worden op basis van de beschikbaar gestelde opnamen. In die opnamen zijn immers nog identificerende persoonsgegevens aanwezig en die kunnen worden gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens, zodat de anonimisering wordt opgeheven. Dat is onwenselijk, want op gedeanonimiseerde gegevens is de AVG wél weer van toepassing. Dergelijke gegevens mag je niet zomaar publiceren.
Daar is een workaround voor. Ga als volgt te werk:
- Publiceer de geanonimiseerde transcripten open access, zoals de bedoeling was.
- Publiceer de oorspronkelijke opnamen zeer restricted access. Hanteer daarbij strenge toegangseisen. Bijvoorbeeld:
- Uitsluitend andere onderzoekers toegang kunnen krijgen tot je dataset.
- Ze moeten een goed uitgewerkt onderzoeksplan hebben, of iets vergelijkbaars. Dit wordt door jou als oorspronkelijke onderzoeker gecheckt.
- Ze moeten naar de UU komen en de opnamen hier ter plaatse bekijken of beluisteren. Zo wordt voorkomen dat ze kopieën van de opnamen maken. Van deze stap kan eventueel worden afgezien wanneer het om triviale, risicoloze persoonsgegevens gaat en de onderzoeker akkoord is gegaan met een kopieerverbod, of wanneer de andere partij een gebleken betrouwbare partner is.
- Ze moeten een geheimhoudingsverklaring tekenen waarin ze aangeven geen pogingen te zullen ondernemen om gegevens te deanonimiseren en geen informatie met anderen te zullen delen over toevallig geïdentificeerde personen.
Het is de vraag of de omschrijving “anoniem” dan nog 100% opgaat voor de open access dataset, maar we hebben dan in ieder geval een pakket maatregelen getroffen om de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen te beschermen.
Mag ik een gepseudonimiseerde dataset publiceren als ik het sleutelbestand niet heb gewist?
“Pseudonimiseren is niet hetzelfde als anonimiseren. Bij gepseudonimiseerde gegevens is weliswaar niet direct duidelijk over welke personen de gegevens gaan, maar de gegevens kunnen alsnog herleidbaar zijn tot specifieke personen door aanvullende gegevens te gebruiken.” (bron: website van de Autoriteit Persoonsgegevens)
Wat houdt pseudonimiseren in?
Bij “klassiek pseudonimiseren” vervang je bepaalde gegevens in je onderzoeksdata door codes. De betekenis van die codes sla je op in een zogenoemd sleutelbestand.
Voorbeeld
In een interview doet de geïnterviewde de volgende uitspraak, vastgelegd in de transcriptie:
“Mijn buurman Jan de Vries lijdt aan long covid en komt de deur niet meer uit.”
Na pseudonimisering ontstaat het volgende:
Gepseudonimiseerd databestand:
“[Persoon 1] lijdt aan long covid en komt de deur niet meer uit.”
Sleutelbestand:
[Persoon 1] = Mijn buurman Jan de Vries
Of zelfs:
Gepseudonimiseerd databestand:
“[Persoon 1] lijdt aan [chronische ziekte] en komt de deur niet meer uit.”
Sleutelbestand:
[Persoon 1] = Mijn buurman Jan de Vries
[chronische ziekte] = long covid
Het gepseudonimiseerde databestand publiceren?
Volgens een uitspraak van het Europees Hof van Justitie mag je het gepseudonimiseerde databestand publiceren als je aan twee cumulatieve voorwaarden voldoet:
- Het sleutelbestand moet achter slot en grendel blijven en moet net zo goed worden beveiligd als het niet-gepseudonimiseerde brondatabestand.
- Het gepseudonimiseerde databestand moet zónder het sleutelbestand feitelijk en daadwerkelijk anoniem zijn. Het mag dus op geen enkele manier mogelijk zijn om de identiteit van bepaalde personen alsnog op een andere manier te achterhalen, bijvoorbeeld uit de geschetste context of situatie, of met behulp van aanvullende externe gegevens.
De uitspraak van het Europees Hof getuigt van een contextuele benadering van het begrip ‘anoniem’: voor de ontvangende partij zijn de gegevens anoniem, maar voor de leverende partij hoeven ze dat niet te zijn.
Bij de strikte benadering van anonimisering is er pas sprake van anonieme gegevens als die gegevens voor zowel de verstrekker als de ontvanger anoniem zijn. De contextuele benadering is in lijn met onze wetenschappelijke taak als universiteit en ons open science-beleid.
Bijvangst
Hoe ga ik om met persoonsgegevens die ik onbedoeld binnenkrijg, of die gevoeliger zijn dan verwacht?
Er zijn situaties waarin je binnen je onderzoek méér persoonsgegevens binnenkrijgt dan waarnaar je op zoek was, of waarin die persoonsgegevens gevoeliger van aard zijn dan verwacht. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer je interviews afneemt of wanneer je in een vragenlijst open vragen stelt. Dergelijke bijvangst kan jou voor problemen plaatsen omdat je vaak geen goede reden hebt om deze persoonsgegevens te verwerken.
Hoe je met deze gegevens omgaat, lees je in de Leidraad bijvangst in wetenschappelijk onderzoek – Ethiek en AVG.
Onderzoek in het buitenland
Ik ga veldwerk doen in een niet-Westers land. Waar moet ik rekening mee houden met betrekking tot de AVG?
Wat de AVG betreft levert veldwerk in een niet-Westers land enkele knelpunten op die je bij vergelijkbaar onderzoek in een Westers land niet zou tegenkomen, of in mindere mate.
Informatieverstrekking
In veel niet-Westerse landen is de geletterdheid lager dan bij ons. Bovendien bestaat er een verschil in de benadering van privacywetgeving en (uiteraard) een gebrek aan beheersing van het Westerse juridisch jargon dat gewoonlijk in een informatiebrief wordt gebezigd. Dit alles betekent dat je er rekening mee moet houden dat je deelnemers een juridisch sluitende (standaard) informatiebrief wellicht niet kunnen lezen of begrijpen. Informatie die mondeling wordt verstrekt, komt meestal beter over. Je deelnemers hebben dan ook meer mogelijkheden om vragen te stellen; er ontstaat een dialoog. Het risico bestaat echter dat je bepaalde dingen vergeet te zeggen. Daarom stellen we de volgende procedure voor:
- Stel, op basis van bestaande voorbeelden en op basis van je eigen ervaring of die van een collega of begeleider, een script op dat je aan het begin van het onderzoek voorleest. In dat script geef je onder meer aan wie je bent, wat je gaat doen en wat je je deelnemers belooft. Wees daarin zo praktisch mogelijk en doe geen beloftes die je niet kunt nakomen.
- Plaats dit script op een publiek toegankelijke website, bijvoorbeeld jouw UU profielpagina.
- Overhandig je deelnemers een visitekaartje met jouw contactgegevens en met een link of QR-code naar het script. De deelnemers weten dan waar ze terecht kunnen en er slingeren geen papieren rond die hen mogelijkerwijs in gevaar zouden kunnen brengen.
Toestemming
In bepaalde gevallen is het volgens de AVG verplicht om deelnemers om aantoonbare toestemming te vragen voor de verwerking van hun persoonsgegevens. Dit geldt zelfs als je onderzoek doet op basis van het algemeen belang. Waar het gaat om het verzamelen van bijzondere persoonsgegevens, het maken van opnamen of het werken met kinderen kan toestemming wel degelijk een rol spelen. In veel niet-Westerse landen zijn de mensen echter huiverig om ergens een handtekening onder te zetten. Buiten het Westen is toestemming soms veel meer een collectieve dan een individuele aangelegenheid. Dit wordt in de AVG niet onderkend. Het is daarom belangrijk om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om toestemming aantoonbaar te maken.
- De eenvoudigste manier om dit te doen is een opname te maken van je informatieverstrekking (script) en het daaropvolgende gesprek waaruit toestemming blijkt. Deze manier is echter alleen beschikbaar bij opgenomen gesprekken.
- Zoals gezegd is het in bepaalde landen niet gebruikelijk dat mensen individueel toestemming geven maar laten ze zulke beslissingen over aan bijvoorbeeld een dorpsoudste of schoolhoofd. Hoewel dergelijke toestemming volgens de AVG niet geldig is, is het wel een begin. In combinatie met een uiteenzetting over de onmogelijkheid om individuele toestemming aan te tonen, zou het voldoende kunnen zijn.
- Soms is het op geen enkele manier mogelijk om aantoonbare toestemming te verkrijgen, zelfs niet collectief. In die gevallen biedt artikel 24 van de Nederlandse Uitvoeringswet AVG (de UAVG) uitkomst: bij wetenschappelijk onderzoek in het algemeen belang kan van toestemming voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens worden afgezien indien “het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost”, met dien verstande dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen (deelnemers) dan niet onevenredig mag worden geschaad. Het beschermen van de levenssfeer is hoe dan ook een uitgangspunt van de AVG. En uiteraard zul je – al is het maar op ethische gronden – zo veel mogelijk wel om toestemming moeten vrágen, ook al is het antwoord niet aantoonbaar.
Wetgeving
Wanneer je onderzoek doet in een ander land, geldt niet alleen de AVG, maar ook de plaatselijke en/of nationale wetgeving van dat land. Dit is iets om rekening mee te houden. De officiële wetgeving van veel landen lijkt erg op de AVG, maar er zijn wel venijnige verschillen, zoals wat er wordt verstaan onder bijzondere/gevoelige persoonsgegevens. Bovendien ben je in bepaalde landen (zoals Kenia) verplicht om je te registreren als een entiteit die met persoonsgegevens werkt. Neem voor meer informatie contact op met de privacy officers (privacy.gw@uu.nl of privacy.rebo@uu.nl).
Assistenten
Bij veel onderzoeksprojecten worden er plaatselijke assistenten ingehuurd om te helpen bij het onderzoek: als toegevoegd onderzoeker, als tolk, etc. Met dergelijke partijen wordt gewoonlijk een soort ZZP-contract gesloten. Let erop dat er in zo’n contract een geheimhoudingsclausule is opgenomen, of vraag de assistent om een aparte geheimhoudingsverklaring te tekenen. En let er ook op dat je de deelnemers aan je onderzoek in beginsel moet informeren over de samenwerking met deze partij, tenzij dit meteen al overduidelijk is, of aantoonbaar onwenselijk.
Contracten
Wat moet ik contractueel regelen als ik onderzoek ga doen?
Er zijn tal van omstandigheden die het noodzakelijk kunnen maken om met andere partijen tot formele afspraken te komen over de verwerking van persoonsgegevens, hetzij in de vorm van een overeenkomst, hetzij in de vorm van een regeling of verklaring. We spreken dan van een “instrument”. In bepaalde gevallen komen deze instrumenten bovenop andere overeenkomsten, of worden ze daarin opgenomen. Zo is een verwerkersovereenkomst vaak een bijlage bij een dienstenovereenkomst.
| Situatie | Instrument |
| Je geeft een organisatie (of soms een persoon) opdracht om namens jou bepaalde persoonsgegevens te verwerken. De UU is dus de opdrachtgever en de andere partij is de leverancier van een dienst die gericht is op de verwerking van persoonsgegevens. | Verwerkersovereenkomst |
| Je werkt samen met een of meer andere organisaties (bijv. in een consortium) en jullie bepalen gezamenlijk “het doel en de middelen” van de verwerking van persoonsgegevens | Gezamenlijk-verantwoordelijken overeenkomst – OF – Onderlinge regeling gezamenlijk verantwoordelijken (korter) |
| Je hebt persoonsgegevens in bezit en levert die gegevens onder bepaalde voorwaarden aan een andere organisatie die er zelf iets mee wil doen | Dataleveringsovereenkomst |
| Je wilt een niet zo kleine hoeveelheid persoonsgegevens exporteren naar een land buiten de Europese Economische Regio (EER)[1] | Dataleveringsovereenkomst met Standard Contractual Clauses |
| Je wilt je bij het verwerken van persoonsgegevens laten bijstaan door een persoon die niet onder contract staat bij de Universiteit Utrecht | Geheimhoudingsverklaring |
| Je wilt beeld- en/of geluidsopnamen van iemand maken en die opnamen wil je volgens bepaalde afspraken publiceren | Quitclaim overeenkomst |
| Je verwerkt persoonsgegevens van een onbepaald aantal betrokkenen en je wilt hen de mogelijkheid bieden om informatie over die verwerking te raadplegen | Privacyverklaring |
[1] De landen van de EU aangevuld met IJsland, Noorwegen en Liechtenstein